
|
|
|
INLEIDING afgekort het SIAC, vijftig jaar. Een mijlpaal als deze biedt uiteraard stof te over voor het samenstellen van een jubileumbijdrage. In dit artikel wordt de oprichting van het SIAC, haar doelstellingen, idealen en enkele belangrijke gebeurtenissen in haar geschiedenis besproken. Het onderstaande is tot stand gekomen door raadpleging van het archief van het SIAC dat zich bevindt bij het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen en de tijdschriften die in de loop der tijd zijn uitgegeven door het SIAC onder de naam SIAC. Verder heeft schrijfster dezes informatie verkregen uit interviews die zij gehouden heeft met bestuursleden, oud-bestuursleden en andere bij SIAC betrokkenen. ONTSTAAN VAN HET SIAC In 1921 werd te Fribourg (Zwitserland) een beweging opgericht door katholieke studenten die door middel van nationale en internationale contacten de christelijke beginselen en het cultuurgoed uit wilde dragen met als motto: 'Pax Christi in regno Christi.' Deze organisatie werd Pax Romana genoemd (niet te verwarren met de na WO-II ontstane Katholieke vredesbeweging 'Pax Christi') en groeide uit tot een mondiaal gezelschap van katholieke academici, studenten en andere intellectuelen. De contacten werden onderhouden door het organiseren van internationale congressen. In 1950 organiseerde Pax Romana te Rome ter gelegenheid van het heilig jaar een internationaal congres met gelijktijdig een tentoonstelling met werken van katholieke kunstenaars. Daar ontmoetten vijf enthousiaste kunstenaars elkaar en spraken af deze kennismaking voort te zetten. Op een prentje voorstellende een orante (een in de oudchristelijke kunst gebruikt vrouwelijk staand figuur met gespreide armen, symbool van het gebed) zetten zij hun voornamen, Ferdinand (Pfammatter uit Zwitserland), Lambert en Ineke (Simon uit Nederland) Christof (Wintemitz uit Lima) en Helene (Koller-Buchwieser uit Oostenrijk). Zij beschouwden dit als een ondertekening van een manifest. De eerste afspraak was elkaar het jaar daarop bij het volgende Pax Romana congres te Reims weer te treffen met zoveel mogelijk gelijkgezinden. Daar te Reims is in 1951 het SIAC opgericht als een zelfstandig secretariaat van Pax Romana. Deze organisatie was namelijk intussen tot een internationale federatie van secretariaten voor een aantal beroepsgroepen uitgegroeid naast individuele leden gebundeld in een algemeen secretariaat. DOELSTELLINGEN EN IDEALEN Het idee van de initiatiefnemers van het SIAC was daarbij een internationale beweging te vormen van kunstenaars op vele terreinen creatief bezig met scheppende en/of uitvoerende kunst die, levend volgens de christelijke beginselen, deze in hun beroepsuitoefening wilden integreren. Door onderlinge contacten en het uitwisselen van gedachten en ervaringen konden zij zich enerzijds bezinnen op de christelijke waarden en normen in een maatschappij, die zo verscheurd was geraakt door de ellende van de Tweede Wereldoorlog en anderzijds bruggen bouwen van vriendschap en samenwerking tussen de landen en culturen. Het was de bedoeling dat de beweging als secretariaat zou samenwerken met Pax Romana maar met een eigen bestuur, een gekozen president, een vice-president, een secretaris-penningmeester en gedelegeerden van regionaal of anderszins georganiseerde verenigingen zich bij SIAC zouden aansluiten. De afspraak was dat de gedelegeerden jaarlijks samen zouden komen en iedere vier jaar zou een internationaal congres voor alle leden van in het SIAC samenwerkende verenigingen of individuele leden worden georganiseerd met tegelijkertijd een tentoonstelling van werken van de deelnemende kunstenaars. Studiereizen, symposia, congressen, workshops, conferenties, tentoonstellingen en excursies zouden volgens de oprichters een vruchtbare internationale uitwisseling dienen te bevorderen. DE EERSTE JAREN De beginjaren kenmerkten zich dooreen intensieve ledenwerving. In 1957 verstuurden de toenmalige president P. Rossion en de secretaris F. Pfammatter van het SIAC met Pasen een brief vanuit Rome naar de individuele leden en de organisaties waarin zij de idealen van het SIAC nogmaals verwoordden en de leden meedeelden van plan te zijn de band met de individuele en lokale organisaties nauwer aan te halen. In deze brief riepen zij alle kunstenaars op:"... bij wie het artistieke credo overeenstemt met het christelijke standpunt en geweten zich in een onbegrensde broederschap te verenigen en zo onze van dit standpunt doortrokken beschaving van de ondergang en de vernietiging te redden. Wij moeten ons ontdoen van onze nationale bekrompenheid; wij moeten als katholieke kunstenaars, in de eerste plaats volgelingen van Christus zijn, ten tweede als kunstenaars in ons beroep naar kunstzinnige volmaaktheid streven en in de derde plaats komen wij niet allemaal uit hetzelfde land en daarom moeten wij alle kleinzieligheden, minderwaardigheidsgevoelens, wantrouwen en al dit soort dingen opzij zetten en ons groot en gemeenschappelijk ideaal nastreven dat ons door ons christen zijn en ons kunstzinnig talent in gebruik is gegeven..." Deze woorden gaven exact weer waar het SIAC vanaf het allereerste begin voor stond en deze boodschap wordt tot op heden nog steeds uitgedragen. Vanaf het begin hielden de bestuursleden zich in hun onderlinge briefwisseling voortdurend bezig met de vraag hoe zij deze ideeën van het SIAC in eigen land het beste onder de aandacht konden brengen. De Secretaris van het eerste uur mevrouw Koller-Buchwieser bijvoorbeeld schreef alle Oostenrijkse diocesen aan om leden te werven en bekendheid te geven aan het SIAC. Het bleek niet eenvoudig te zijn kunstenaars te organiseren. Velen wilden zich niet aansluiten omdat zij wantrouwend stonden tegenover de eenzijdige doelstellingen van Pax Romana. Zij vreesden dat het bij Pax Romana en dus ook bij het SIAC voornamelijk om de uniformiteit in de pastorale zorg zou gaan en daar wilden veel kunstenaars niet aan. Daarnaast bestond de zorg voor teveel inmenging van de leiding van de Kerk van Rome zoals in de reeds bestaande landelijke kunstenaarsverenigingen. Bovendien leefde de opvatting dat met name middelmatige kunstenaars die nergens aansluiting konden vinden zich voor het SIAC zouden kunnen gaan interesseren en dat zou ten koste gaan van de kwaliteit van de religieuze kunst. De kring van christelijke kunstenaars uit München bijvoorbeeld liet het SIAC weten dat in Beieren de mensen wantrouwend stonden tegenover organisaties in het algemeen en dat dit heel sterk leefde onder kunstenaars. Dergelijke organisaties als het SIAC werden al gauw voor conservatief en gezagsgetrouw aangezien en dat wees de daar progressief en zelfstandig werkende katholieke kunstenaar af. |
|
S I A C | A K K V g u e s t s i t e |