t e r u g

N i e u w s

Kunst in een niet-commerciële context is meer kunst


Pleidooi voor een nieuwe benadering van de presentatie van beeldende kunst

'Dat is dus echt de laatste keer' dacht ik, nadat ik drie jaar geleden mijn tekeningen en boekwerken exposeerde in de mooiste galerie van Rotterdam; de enige die echt als galerie gebouwd is: de World Trade Centre Art Gallery.

Een mooiere plek had ik me niet kunnen wensen. De omstandigheden waren ideaal, het hing er prachtig bij. Maanden had ik eraan gewerkt, geld bijeen gesprokkeld voor mooie lijsten, een editie in oplage gemaakt van 20 tekeningen, uitgegeven in zelfgemaakte dozen op prachtig papier onder de titel 'Te Amo'. Prikkelende tekeningen waren het die het bloed naar je wangen doen stijgen.

Maar tijdens de opening, bezocht door een 60-tal kennissen en vrienden, zat ik behoorlijk in de rats. Zou ik het geïnvesteerde bedrag eruit halen met de verkoop? Die kennissen uit de straat, die hadden toch interesse? Als ze nu ook maar kochten.

Inderdaad, de investering haalde ik eruit, de kennissen kwamen over de brug. Maar wil ik dat? Is dat waarom ik kunst maak? Nee, dat wil ik nooit meer.  Daarom heb ik het project Allerzielen met de stichting De Laurens op touw gezet.  Tekeningen, prima. Exposeren, natuurlijk, maar dan in een context waarin niet de verkoop, maar het werk zelf centraal staat. En vragen oproept, die niet meteen door de prijslijst worden gesmoord. Die context, dat kost je meer dan een jaar voorbereiding. Mijn tekeningen voor Allerzielen zijn geïnspireerd door de Etruskische grafportretten van Volterra (100-50 voor Christus). Het begon met uitgebreide gesprekken over deze oude kunst, met Lodewijk Ouwens die als dichter bij het project betrokken raakte, en met het Leidse museum voor Oudheden. Een bezoek aan het British Museum hoorde er ook bij, om daar Etruskische objecten te fotograferen. En studie van dat fascinerende volk uit Toscane. Maar daar bleef het niet bij. Want die portretten zijn niet gemaakt als kopieën van antieke kunst. Dus het gesprek gaat verder: over de dood, de ziel en gedachten daarover bij R.M. Rilke, bij Herman Broch en Rosita Steenbeek. Het werd gevoerd met o.a. een zenmeester, een dominee en een ziekenhuispastor. Toen de kringen in de vijver waren weggetrokken, van de steen die ik erin gooide, werd het tijd om te handelen. Toen pas was de betekenis van die tekeningen tot me doorgedrongen en kon ik handelen. Zo kwam ik bij Stichting De Laurens terecht, waar het concept uitgroeide tot een project waarin ook hedendaagse grafkunst wordt tentoongesteld en de verschillende gesprekspartners hun woord kunnen doen.   En bij uitgeverij DuoDuo, die een prachtig boek maakte van de tekeningen en de poëzie bij de tekeningen geschreven door Anneke Brassinga, Gerrit Kleijwegt en Lodewijk Ouwens onder de titel: "Tijdelijk verblijf".

'Kunst is een achterhaald begrip' schrijft Anna Tilroe ondertussen in het NRC ('De kunst verdrinkt', vrijdag 7 november). 'De kunst laat zich niet nauwelijks meer onderscheiden van andere cultuur. Laten we de kunst weer zien als kritiek. Misschien geeft dat een flinter inzicht in wie we zijn'.

Kunst kan zich echter niet profileren als kritiek, wanneer een kunstenaar alles uit zichzelf moet halen en volledig autonoom en origineel moet zijn. Door deze eis worden kunstenaars in een vacuüm gezogen, van waaruit alleen deze roep nog klinkt: als mijn buurvrouw dat schilderij nou maar koopt, dan kan ik tenminste weer een rekening betalen!

Met mijn hele plan en een scala aan contacten klopte ik aan bij het CBK voor subsidie. Afgewezen. Want kunnen die tekeningen wel op zichzelf staan, als ze zijn afgeleid van antieke doden? En als het bij Allerzielen hoort en in de kerk plaatsvindt, dan gaat het toch niet meer om de kunst? En hoe zit het met de marktverruimende effecten?

Ik verwachtte min of meer dat het zo zou gaan. Ik heb toen een bezwaarschrift geschreven, waarvan ik de strekking wel van de daken zou kunnen schreeuwen: de autonomie van de kunst is een mythe. Studeer kunstgeschiedenis en kom erachter dat beeldtradities zijn ontstaan door nabootsen en kopiëren. Bovendien zijn vooral literaire sjablonen vormend geweest voor de beeldende kunst. Zonder vader Kaats zou de 17de eeuwse genrekunst nooit zo'n grote hoogte hebben bereikt.

Het teken van die portretten was dan ook voor mij een manier om te reflecteren op de antieke visie op de ziel en de dood.

En wat de marktwerking betreft: is de markt nou echt alleen de financiële betrekking tussen de kunstenaar en de klant? Is er geen schreeuwende markt op het gebied van levensbeschouwing en spiritualiteit? Beeldend kunstenaars, dichters, musici kunnen daar met hun bijdragen op een open manier op inspelen, zoals ze ook altijd hebben gedaan, zonder direct met antwoorden klaar te staan.

Dus de beeldende kunst hoeft niet te verdrinken, al staat het water haar tot aan de lippen. Als ze zich maar gaat onderscheiden van de waan van de dag. En dat kan ze alleen door zich zeer openlijk, veel explicieter dan in de afgelopen decennia, te verbinden met de eeuwige schoonheid van de poëzie en de religie. Gelukkig heb ik die subsidie op mijn vurige bezwaarschrift toch nog gekregen. <<







A K K V _ n i e u w s b r i e v e n s e r v i c e 

n i e u w b r i e v e n o v e r z i c h t

10e jaargang, nummer 1, februari/maart 2004 - ISSN 1388-7033

Machteld Teekens

artikel


K u n s t  p r e s e n t i e



< terug naar de 'K'-rubriek

< terug naar de 'K'-rubriek